Terug

Wat leert uw kind in Groep 3, blok 1?

 

Blok 1 begint aan het begin van het schooljaar en loopt ongeveer tot eind september. In die periode komen de leerlingen de volgende onderwerpen tegen:

  • Wat zijn getallen? 
  • Rekenen met blokken
  • Spelen met getallen en de vijf-structuur

 

Wat zijn getallen?

In groep 3 leert uw kind rekenen. Een hele stap, maar is alles dan ook meteen nieuw en moeilijk? Nee, in groep 1 en 2 heeft hij of zij al een begin gemaakt met rekenen. Zo kan uw kind waarschijnlijk al tot 10 tellen. Ook weet het al wat getallen zijn. Bijvoorbeeld hoeveel 'twee snoepjes' is. In groep drie gaat uw kind verder. Hij of zij leert te rekenen met deze getallen. Om te beginnen leren de kinderen wat je allemaal met getallen kunt doen en waarom. Bijvoorbeeld: "Hoe laat je zien dat je drie knijpers hebt?"
Je kunt alle drie de knijpers op tafel leggen. Of je kunt drie stippen tekenen. Je kunt ook het cijfer '3' opschrijven of je kunt drie vingers opsteken. Op al deze manieren kan je laten zien dat je drie bedoelt. Al deze manieren betekenen hetzelfde. In de eerste lessen van groep 3 leert uw kind op deze manier over getallen na te denken.

Als uw kind weet wat de getallen betekenen kan hij of zij gaan oefenen met het herkennen van deze aantallen. Op school krijgen de kinderen veel sommen waarin aantallen in groepjes moeten worden verdeeld.

Bij deze som worden paperclips verdeeld. Dit kan je ook in het echt doen. Steeds worden de paperclips met vier bij elkaar gelegd. Uw kind ziet het op papier gebeuren, de paperclips zijn bijna echt!
Later gaan de sommen iets verder weg van de werkelijkheid.

Bij deze som staan er alleen nog rondjes. Deze rondjes kunnen van alles betekenen; paperclips, bomen, koeien en nog veel meer. Nog een stap verder heeft uw kind helemaal geen rondjes meer nodig en kan hij of zij dit soort sommen uit het hoofd berekenen. Maar zover zijn we nog niet. Uw kind moet eerst nog van alles leren over getallen!

 

Rekenen met blokken

Rekenen is meer dan tellen en sommen maken. Ook bijvoorbeeld meten en meetkunde is rekenen. In groep 3 beginnen de kinderen met het rekenen met blokken.

Wat kan je allemaal doen met blokken?
Ten eerste natuurlijk torens bouwen. Maar er kunnen ook andere bouwsels gemaakt worden. In de rekenles worden er allerlei bouwsels gemaakt en beschreven. Vooral dat laatste is belangrijk. Praten over de blokkenbouwsels. Hoe zien ze eruit? Hoeveel blokken zijn er gebruikt, hoeveel blokken kan je zien? Want met blokkenbouwsels kan iets vreemds aan de hand zijn. Soms ziet de een iets anders dan de ander! Dat ligt eraan naar welke kant van het bouwsel je kijkt. De kinderen oefenen dit ook op school. Dit doen ze bijvoorbeeld door achter een schermpje een bouwsel te maken.

Intussen beschrijft het kind zijn bouwsel aan iemand anders. Dit kind bouwt mee. Maar... dat bouwsel kan heel anders worden! Want wat vóór voor de een is, is achter voor de ander!

Een andere vraag kan zijn hoeveel blokken er voor elk bouwsel zijn gebruikt. Voor welke bouwsels zijn evenveel blokken gebruikt?

U ziet dat uw kind op school deze bouwsels namaakt. Om dat te kunnen doen moet je weten hoeveel blokken je nodig hebt. Belangrijk bij het tellen van blokken in een bouwsel is dat je alle gebruikte blokken meetelt. Dus ook de blokken die je niet kan zien. Dit is voor veel kinderen lastig. Hoe kan je nou tellen wat je niet ziet? En waarom moet dat?

In de rekenles op school wordt dat bijvoorbeeld op deze manier uitgelegd: als er in een groep 21 kinderen zitten en er zijn er 2 ziek thuis. Hoeveel kinderen zijn er dan in de klas? De overgebleven kinderen kan je tellen. Dan weet je hoeveel kinderen er op dat moment in de klas zijn: 19. Maar als de 2 kinderen zich verstopt hebben in het lokaal? Hoeveel kinderen zijn er dan? Als je telt hoeveel kinderen je kan zien kom je weer op 19. Maar de 2 verstopte kinderen zijn er wel! Er zijn dus wel 21 kinderen, terwijl je er maar 19 kan zien.

 

Spelen met getallen en de vijf-structuur

Om te kunnen rekenen moet je weten hoe getallen in elkaar zitten. De kinderen beginnen met het leren van de getallenlijn. De getallenlijn is de reeks getallen van 1 tot zo ver ze kunnen tellen. Ze leren dat na 5 het getal 6 komt en zo verder. Maar er zijn nog veel meer dingen te ontdekken over de getallenlijn. In het begin van groep 3 begint uw kind met het ontdekken van de getallenlijn van 1 tot en met 10.

Na 5 komt 6. Maar wat betekent dat? De onderstaande opgave laat dat zien.

Zes kinderen is meer dan vijf kinderen. Zes kinderen zijn dus zwaarder dan vijf kinderen!
Maar deze opgave laat nog iets belangrijks zien. Vijf kinderen en vijf kinderen is even zwaar. Vijf en vijf is evenveel.
Hier kan je ook een som in zien. Vijf kinderen erbij (plus) vijf kinderen is tien kinderen!
Aan deze belangrijke som wordt op school veel tijd besteed.

Een groepje van vijf kunt u makkelijk herkennen. Dat is wel zo handig want dat gebruikt u om snel makkelijke sommen uit te rekenen. Uw kind moet dat nog leren. Daarom wordt er veel aandacht aan het getal '5' besteed. De vingers van één hand, de helft van een doos eieren, en nog veel meer. Uw kind leert met hulp van de vijf verder te tellen... en te rekenen!

Een kind kan alle getallen onder de tien best met alle vingers tellen, maar dat is niet nodig. Als je weet dat het meer dan 'één hele hand' is, weet je al dat het meer dan vijf is. Die vijf vingers hoeven niet meer geteld te worden. Dit gaat natuurlijk veel sneller!
Bij de opgave hieronder staat dus niet voor niets 'denk aan 5'.

Bij deze opgave is het de bedoeling dat de leerling verder telt vanaf de 5. Dus bij de tweede som '5, 6, 7, 8'. Daarom kleurt hij of zij ook steeds eerst 5 rondjes en daarna nog 3. Bij turven gaat het precies hetzelfde. De kinderen turven eerst 5 en daarna nog 3. Op deze manier leert uw kind gebruik te maken van de 5-structuur.