Terug

Wat leert uw kind in Groep 3, blok 6?

 

Het laatste blok in een jaar, blok 6, valt in mei en juni. In die periode komen de leerlingen de volgende onderwerpen tegen:

  • Halveren en verdubbelen; even en oneven
  • Kennismaking met de telrij tot 100

Halveren en verdubbelen; even en oneven

De komende weken is uw kind tijdens de rekenles bezig met even en oneven getallen. Het gaat erom dat de kinderen verkennen wat even en oneven is en waarom.

Een belangrijk verschil tussen even en oneven getallen is dat even getallen door 2 gedeeld kunnen worden en oneven getallen niet. Bij het verdelen van snoepjes tussen twee kinderen is het daarom heel belangrijk te weten of het aantal snoepjes even of oneven is!

Als je een even aantal snoepjes over twee kinderen verdeelt, hou je geen snoepjes over. Even aantallen kan je dus eerlijk delen. Als je een oneven aantal snoepjes over twee kinderen verdeelt, hou je 1 snoepje over. Oneven aantallen kan je dus niet eerlijk delen. De kinderen leren het volgende te vertellen over getallen: 3 en 3 zijn dubbelen. Samen zijn ze 6. 6 is een even aantal. 3 is de helft van 6.

Op een vergelijkbare manier wordt er gepraat over oneven getallen: 5 en 6 zijn bijna-dubbelen. Samen zijn ze 11. 11 is een oneven aantal. 5 is iets minder dan de helft van 11. Je houdt er 1 over.

Over even en oneven getallen kunt u thuis ook nadenken. Overal om ons heen zijn even en oneven getallen te vinden. Daarbij kunt u de volgende vragen stellen:

Tel het aantal voeten van de mensen in huis. Zou dat een even of oneven aantal zijn? Kan je het aantal voeten eerlijk delen? Bedenk antwoorden op dezelfde vragen over het aantal neuzen, armen, oren, monden, etc.

Hoeveel wielen heeft een auto? Zou dat even of oneven zijn? Hoeveel wielen heeft een hele lange vrachtwagen? Kan je de wielen van een auto eerlijk delen? Zou dat even of oneven zijn? Wat zou er gebeuren als een auto een oneven aantal wielen zou hebben?

 

Kennismaking met de telrij tot 100

Tijdens het laatste blok van dit schooljaar kijkt uw kind al een beetje vooruit naar groep 4. In groep 4 leert uw kind rekenen tot en met 100.
Om kennis te maken met de telrij tot 100 leert uw kind rekenen met de kralenketting.

Wat is een kralenketting?

De kralenketting heeft 100 kralen. Hier ziet u een plaatje van een kralenketting:

Er zitten steeds 10 rode kralen aan en daarna weer 10 witte kralen. Zo kunnen de kinderen goed zien wat tientallen zijn. Het getal 61 is zo snel gevonden op de kralenketting. 10,20,30,40,50,60 en nog 1 kraal.

Het is heel belangrijk om te weten wat de tientallen zijn om met de getallen tot 100 te kunnen rekenen. Bij alle sommen zullen de tientallen dan ook een belangrijke rol spelen.

Rekenen met behulp van de tientallen kan heel handig zijn. Als je bijvoorbeeld weet dat 50 erbij 10 samen 60 is, dan weet je ook dat 50 erbij 11 er eentje meer is, dus 60 erbij 1. En dat is 61. Op school leert uw kind handig gebruik te maken van deze manier van rekenen via de tientallen.

Uw kind heeft dit al een beetje geleerd met het rekenen tot 20, maar in groep vier gaat uw kind nog veel meer op deze manier rekenen. Het is dat ook heel belangrijk dat uw kind weet hoe de getallenlijn in elkaar zit. Welke getal komt er na 64? Om dit te oefenen zijn er sommen als:

Wat valt er op aan deze sommen? Steeds wordt er geteld tot het volgende tiental!