Terug

Thema kern 10: Kijk eens om je heen!

Het thema van kern 10 sluit aan bij wat er in de natuur gebeurt of kan gebeuren. In het ankerverhaal ‘Een schaap in de boom’, wordt Willem geconfronteerd met allerlei natuurverschijnselen. Met de kinderen bespreken we zaken zoals weersomstandigheden, het landschap en de leefomgeving. Ze leren woorden als: de aarde, de beek, bewolkt, de heuvel, het kalf, de motregen, schuilen en de stortbui.

 Afbeeldingsresultaat voor veilig leren lezen kim versie kern 10

Woordtypen in kern 10

De nieuwe woordtypen die de kinderen leren lezen in kern 10 zijn:

  • woorden van één lettergreep die eindigen op -eeuw, -ieuw of -uw, zoals: leeuw, nieuw en duw;
  • woorden van één lettergreep die eindigen op vier medeklinkers, zoals: herfst en sterkst;
  • woorden van twee lettergrepen waarvan de eerste lettergreep een open lettergreep is, zoals: bomen;
  • woorden van twee lettergrepen die beginnen met twee of drie medeklinkers en waarvan de eerste lettergreep een open lettergreep is, zoals: knopen en strepen;
  • woorden van een of twee lettergrepen met in het midden van het woord -ng-, -nk-, -ch- of -aai-, -ooi-, -oei-, zoals: langzaam en zwaaien;
  • woorden van een of twee lettergrepen met in het midden van het woord -eeuw-, -ieuw- of -uw-, zoals: leeuwen en ruwe.

 

De leerlingen die werken met zon-materialen leren de volgende woordtypen lezen:

  • woorden van drie lettergrepen die eindigen op -eren, -elen of -enen, zoals: gisteren, hagelen en openen;
  • woorden van drie lettergrepen die eindigen op -ig, -lijk of -ing, zoals: negentig, vriendelijk en oplossing;
  • woorden van drie lettergrepen met in het midden van het woord -be-, -ge- of –ver-, zoals: weerbericht, ongeluk en treinverkeer;
  • samenstellingen van vier lettergrepen, zoals: boodschappentas;
  • woorden van vier of vijf lettergrepen (zonder specifiek kenmerk), zoals: burgemeester en onderwijzeres;

woorden van vier lettergrepen die beginnen met be-, ge-, ver-, on-, of ont-, zoals: weerbericht, ongeluk en treinverkeer.

 

Spelling

We herhalen de woordtypen die in de vorige kernen werden geoefend met spelling, zodat ze aan het eind van de kern worden beheerst.

Verder oefenen we met één nieuwe spellingcategorie, namelijk woorden van één lettergreep die beginnen met twee of drie letters en eindigen op twee medeklinkers met een tussenklank (kleefletter), zoals: dwerg en sterk.

Woorden van twee lettergrepen met met -aai, -ooi, -oei of een open lettergreep leren de kinderen wel lezen, maar deze spellingcategorieën horen niet bij de spellingstof van groep 3.

 

Begrijpend lezen

Sinds kern 7 besteden we met regelmaat aandacht aan begrijpend lezen. In deze kern oefenen we onder andere met gatenteksten: korte teksten van vier zinnen waarin in twee zinnen een woord ontbreekt. De kinderen maken de tekst af door het juiste woord te kiezen uit een aantal woorden.

 

Functioneel en creatief schrijven

Het thema van deze kern is heel geschikt voor schrijfactiviteiten, bijvoorbeeld beschrijvingen van het weer of van een dier. De kinderen maken tijdens kern 10 verschillende werkstukjes, die we verzamelen in het ‘Natuurboek van de klas’. Neemt u aan het eind van de kern gerust eens een kijkje in het boek!