Terug

Thema kern 3: Hoe voel jij je?

Dit keer vertelt opa aan Kim het verhaal over een keizer die voor elk pijntje of vlekje een dokter laat komen; hij heeft dan ook duizend dokters. Het thema van deze kern is: ‘Hoe voel jij je?’ en gaat over ziek zijn en weer beter worden. In deze kern leren kinderen onder andere de betekenis van woorden rond ziek zijn, je lijf en gevoelens.

 

 

Letters en woorden lezen in kern 3

 

De nieuwe letters in kern 3 zijn: d, oe, z, ij, h. Bij kern 2 stond dat kinderen de d soms met de b verwisselen en dat we daarvoor een gebaar hebben aangeleerd (eerst het been (stokje) dan de bal (rondje). Bij de d zit het bolletje aan de andere kant. Hiervoor leren we geen apart gebaar aan. Alle leerlingen hebben ook een plaatje van een been met bal op hun tafel. Hier kunnen ze ook even naar kijken als ze het even niet weten.

 

De kinderen oefenen het lezen en maken van woordjes die bestaan uit één lettergreep met die letters die ze kennen, zoals kaas, eet en nee. Het kunnen lezen en maken van woorden als spaak en kaart zijn nog geen doel, maar de kinderen krijgen wel de gelegenheid om aan deze woorden te ‘snuffelen’ en te proberen of ze deze woorden kunnen lezen en maken.

 

De kinderen die werken met zon-materialen leren de volgende woordtypen lezen:

  • eenlettergrepige woorden die beginnen met ‘sch’, zoals: schoen, schuilt;
  • eenlettergrepige woorden die eindigen op ‘ng’: ring, slang;
  • eenlettergrepige woorden die eindigen op ‘nk’: bank, klank;
  • eenlettergrepige woorden die eindigen op ‘d’: koud, hard;
  • eenlettergrepige woorden die eindigen op ‘b’: web, krab;
  • eenlettergrepige woorden met een lettercluster vooraan én achteraan: dwerg, klant, blond.

 

Toetsen na kern 3

Na kern 3 vindt een belangrijk toetsmoment plaats. We toetsen, zoals ook na kern 1 en 2, de kennis van de letters die uw kind heeft geleerd. Deze keer toetsen we ook de kennis van de letters die nog niet zijn aangeboden, maar die uw kind misschien toch al kent. Dit doen we zodat het computerprogramma die extra letters ook kan aanbieden in keuzeoefeningen. Daarnaast toetsen we zoals gewoonlijk hoe goed en vlot uw kind al woordjes kan lezen. Deze keer observeren we voor het eerst ook het leesgedrag bij het lezen van een korte tekst. Ook nemen we een spellingtoets af en een letterdictee (fonemendictee).

 

Beloon het oefenen

We oefenen in de klas dagelijks met het boekje Veilig & vlot. Om de kinderen te stimuleren steeds vlotter te lezen, hebben ze een kaartje uitgezocht. Als ze denken dat ze een pagina goed kunnen voorlezen, mogen ze dit laten horen. Om hen te motiveren mogen ze een sticker plakken op het kaartje als het vlot genoeg is. Als het kaartje vol is mag die mee naar huis.

Reageer altijd positief op het voorlezen van uw kind, ook wanneer niet alle woordjes vlot of goed zijn gelezen. Geef aan dat u ziet dat uw kind zijn best doet en probeer fouten door uw kind zelf te laten corrigeren. Prijs uw kind ook als het een fout goed corrigeert.